Robertskruid
Het Robertskruid (Geranium robertianum) is een plant uit de ooievaarsbekfamilie (Geraniaceae). Het is een een- of tweejarige, tot 50 cm hoge plant. De naam robertskruid zou of afgeleid zijn van rood of van Robert of Ruprecht, aartsbisschop van Salzburg, die reeds in de 17e eeuw dit kruid als geneesmiddel aanbeval.
De tot 6,5 cm grote bladeren zijn driehoekig, en een of tweemaal geveerd. De drie- tot vijftallige
bladeren geven een goed middel om het robertskruid van andere Geranium-soorten te onderscheiden. Op droge ondergrond kleuren de bladeren rood. Ook de stengel kleurt vaak rood.
De plant bloeit van april tot november. De roze bloemen hebben een doorsnee van 2 cm. De vijf kelkbladen zijn eirond tot langwerpig. De vijf kroonbladen zijn nauwelijks uitgerand. De bloemen worden bestoven door onder meer bijen. De plant heeft een voorkeur voor beschaduwde plaatsen; men kan hem dan ook vaak langs wandelpaden in loofbossen aantreffen.
De plant bevat tanninen, etherische oliën en geranine. Alle delen van de plant worden gebruikt als bloedstelpend en desinfecterend middel. In de kruidengeneeskunde wordt een aftreksel gebruikt tegen nier- en blaasklachten. Het kauwen op verse bladeren zou behulpzaam zijn bij genezing van keelontsteking. Vers geplukte en fijngewreven bladeren hebben een speciale geur. Wanneer deze op het lichaam gesmeerd worden, zou ze muggen afstoten.
Het gedroogde kruid is bloedsuikerspiegel verlagend, geschikt voor diabetici, drink dan 3-4 keer per dag ong. 60 ml afkooksel ervan. Ook werkt het afkooksel goed bij roos op je hoofdhuid en bij barsten en kloven in lippen of tepels.
Afkooksel: Doe 30 gram, gekneusd vers blad of gedroogd blad in ca. 290 ml kokend water, en laat het minstens 10 minuten trekken







